woensdag 7 augustus 2013

situationeel leidinggeven (Hersey & Blanchard) vs de leerstadia (van Maslow)

Volgens Maslow doorlopen we achtereenvolgend de leerstadia
OO "onbewust onbekwaam",
BO "bewust onbekwaam",
BB "bewust bekwaam" en tenslotte
OB "onbewust bekwaam".

Met hun benadering van situationeel leidinggeven stellen Hersey en Blanchard voor om de stijl van leidinggeven aan te passen aan "situatie" waarin de ondergeschikte werknemer zich bevindt. Afhankelijk van de competentie (bekwaamheid of skill) en de betrokkenheid (bereidheid of will) van de medewerker onderscheiden zij de ontwikkelingsniveaus, met als leidingsstijl:
O3. Hoge competentie, wisselende betrokkenheid => steunen, overleggen, weinig op taak gericht en veel op relatie gerichte leiding (tR) O4. Hoge competentie, hoge betrokkenheid => delegeren, weinig op taak gericht en weinig op relatie gerichte leiding (tr)
O2. Matige competentie, zwakke betrokkenheid => coaching, overtuigen, veel op taak gericht en veel op relatie gerichte leiding (TR) O1. Lage competentie, hoge betrokkenheid => leiden, instrueren, veel op taak gericht en weinig op relatie gerichte leiding (Tr);

Als we nu de relatie kunnen leggen:
BB = O3 OB = O4
BO = O2 OO = O1
zou bij
BB "bewust bekwaam" => steunen, overleggen (tR) OB "onbewust bekwaam" => delegeren (tr)
BO "bewust onbekwaam" => coaching, overtuigen (TR) OO "onbewust onbekwaam" => leiden, instrueren (Tr)
het meest geschikt zijn.

Voor de adviespraktijk zou ik daar voor voor willen stellen:
BB "bewust bekwaam" => ontwikkeling (tR) OB "onbewust bekwaam" => faciliteren (tr)
BO "bewust onbekwaam" => mentoring, advies (TR) OO "onbewust onbekwaam" => inspireren, training (Tr)

donderdag 28 mei 2009

crowdsourcing geanalyseerd

Samen weten we alles wat er te weten is,
en tegenwoordig is iedereen 'connected'...

Crowdsourcing is een opkomende term, geïntroduceerd door Jeff Howe, voor een verschijnsel met oude wortels, maar met nieuwe mogelijkheden in cyberspace.
Het betekent dat iemand of een organisatie of een bedrijf te rade gaat bij de 'crowd', het publiek. De 'crowd' als bron gebruiken, van kennis of informatie, of van inspiratie bijvoorbeeld.

De praktijk is al bekend:
de politie doet al sinds jaar en dag na een misdrijf vaak een buurtonderzoek,
voor bouwprojecten wordt vaak een prijsvraag uitgeschreven etc.
Maar de nieuwe media geven er een nieuwe impuls aan.
Met Amber Alert bijvoorbeeld worden via SMS en signaleringssystemen op de snelwegen in een mum van tijd duizenden mensen gealarmeerd in geval van "kindervermissingen of ontvoeringen".
Een onschuldiger voorbeeld is de jaarlijkse tuinvogeltelling.
Op crowdsourcing.nu worden meer voorbeelden gegeven en verzameld.

De vraag is nu wat de mogelijkheden en beperkingen van crowdsourcing zijn.

Mijn visie daarover gaf ik in een 'unconference' op de Lifehacking Academy, op 26 mei 2009 in Groningen.

Crowdsourcing gaat over overdracht van kennis of ideeën.
Kennisoverdracht kan gaan:
  • (van 1 naar 1),
  • van 1 naar veel, zoals door de leraar voor de klas, maar ook via Radio en TV,
  • van veel naar 1, zoals in bovengenoemde voorbeelden,
  • of van veel naar veel.


De gevallen van '1 naar 1' en '1 naar veel' laat ik even voor wat ze zijn.
In het geval van 'veel naar 1' kan onderscheid gemaakt worden tussen 'open' en 'gesloten problemen'.

'Gesloten problemen' zijn problemen waarvoor 1 of enkele oplossingen bestaan.
Voorbeeld hiervan is een apparaten dat 'het niet meer doet' en gerepareerd moet worden. De monteur zoekt dan naar 'die ene' storing en herstelt die;
mensen kunnen bijvoorbeeld ook maar op één manier gezond zijn: alle lichaamsdelen en organen functioneren dan naar behoren. Als je ziek bent zoekt de dokter naar 'die ene' oorzaak en doet daar wat aan.

In het geval van een 'gesloten probleem' kan men het publiek vragen naar meningen of feiten.
En dat kan men doen in 'open' en 'gesloten vragen' (niet te verwarren met bovengenoemde open en gesloten problemen).

Op open vragen kan de respondent in eigen woorden antwoord geven.
Open vragen zijn dus een goed middel om nieuwe kennis op te sporen (inductie). Voor open vragen zijn wiki's inmiddels een beproefde cybertechniek.

Bij gesloten vragen wordt de respondent voor de keuze gesteld om te kiezen uit een aantal gegeven antwoorden, of een getal noemen. De vragensteller moet dan dus al weten welke mogelijkheden of welke waarden er allemaal zouden kunnen zijn. Het is dus niet zozeer een middel om nieuwe verklaringen of feiten op te sporen maar vooral om bestaande suggesties te toetsen op geldigheid of toepasselijkheid (deductie).

Dit is het terrein waarop de "wisdom of crowds" zich kan doen gelden, zoals James Surowiecki die beschreef. Hij signaleerde het verschijnsel dat er opmerkelijke resultaten bereikt kunnen worden door het publiek een vraag voor te leggen. Niet de individuele antwoorden maar het gemiddelde ervan blijkt erg dicht bij de werkelijkheid te liggen.

Zijn verklaring is heel logisch: iedereen heeft wel een beetje informatie ergens over al is die vertekend. Die vertekening is echter willekeurig, heeft het karakter van ruis, die uitgemiddeld op nul uitkomt. Het gemiddelde van wat iedereen dus meent te weten komt dus bij de werkelijkheid uit.

Maar hij stelt ook twee voorwaarden.
Ten eerste moet het publiek, the crowd, voldoende divers zijn. Als iedereen het zelfde gezichtspunt heeft is er onvoldoende variatie.
Ten tweede moeten de antwoorden onafhankelijk van elkaar gegeven worden. Mensen hebben namelijk de onhebbelijkheid zich aan elkaar te conformeren.



Hier komt ook het onderscheid tussen meningen en feitenkennis naar voren.

Meningen zijn niet zozeer gestoeld op feiten maar op wensen. En iedereen kan alles maar wensen. Meningen zelf hebben dus het karakter van ruis en komen gemiddeld op nul uit. (Vandaar dat de middenpartijen al sinds het begin van de parlementaire democratie de scepter zwaaien.)

Wiki's zijn volkomen ongeschikt tot een gezamenlijk standpunt te komen. Jammer Rita ;-). Waar men bij gezamenlijke bespreking van feiten toch min of meer rond de werkelijkheid cirkelt (convergent), is zo'n ankerpunt bij meningen volledig afwezig (divergent).
Blogs daarentegen zijn een prima hulpmiddel om meningen te uiten, zodat ze verzameld kunnen worden.


'Open problemen' zijn problemen waar zeer veel, mogelijk zelfs oneindig veel, oplossingen voor te bedenken zijn.
Alledaags voorbeelden: wat ga ik vanavond eten? of: waar gaan we heen op vakantie? of: wat is een business om geld mee te verdienen? of: wat zou een leuk format zijn voor mijn tijdschrift?
Of, tegenwoordig schijnbaar steeds actueler: hoe gaan we de wereld redden?
Dit zijn problemen waarvoor een oplossing bedacht of ontworpen moet worden. 'Ontwerpen' is dan het proces waarin alternatieve oplossingsmogelijkheden gezocht worden en gekozen.
Daarvoor staan twee hulpmiddelen ter beschikking die uitsluitend bij mensen te vinden zijn: creativiteit en kennis.
Creativiteit is nodig om alternatieven te verzinnen, de kennis helpt daarbij maar is vooral ook nodig om de verzonnen alternatieven op werkzaamheid te kunnen beoordelen. Voldoet een alternatief daar aan dan kan het gekozen worden als oplossing.

Voor kennis gaat men normalerwijze te rade bij deskundigen.
Uit onderzoek komt naar voren dat de kennisbehoefte bij probleemoplossen dan te bevredigen is met 5 vragen die voortdurend en op alle abstractieniveaus terugkomen (wie?, waar?, wat?, waarmee?, hoe?). 'De rest is gezelligheid'.

Om creativiteit los te krijgen zou als leidraad de creatiespiraal van Marinus Knoope kunnen dienen. Hierin komen naast procedurele en functionele aspecten ook andere menselijke behoeftes en beperkingen aan bod.
Gezelligheid en gemoedsrust spelen hierbij wel degelijk een rol.

Tot zover kennisoverdracht van 'veel naar 1'.
Maar hoe zou t zijn als kennis ook van veel naar veel zou kunnen worden overgedragen?
Met andere woorden dat als willekeurig wie een idee post daarmee contact krijgt met geestverwanten?
In plaats van op zolderkamertjes en in fietsenschuurtjes aan te modderen kan de hele wereld geraadpleegd worden en kunnen gezamenlijk problemen opgelost worden.

De weg staat open voor wereldwijde virtuele 'zwermen' die in een minimum aan tijd ontwikkelingen en innovaties tot stand brengen.

vrijdag 15 mei 2009

waardebepaling achteraf ... of toch vooraf?

In sommige gevallen is het moeilijk een goede prijs te bepalen voor een dienst. Een brainstorm of een gesprek met een adviseur kan leiden tot een miljoenenidee, maar ook tot helemaal niets. Wat is dan een eerlijke prijs? Een urenvergoeding voor de adviseur staat bijna nooit in verhouding met de geleverde prestatie.

Een praktijk die steeds meer opgang vindt is dan de prijs van de geleverde dienst achteraf te laten bepalen. De klant kan het beste overzien wat de waarde ervan is en bepaalt de prijs die hzij betaalt.
Als dat in de ogen van de leverancier toch te weinig is heeft deze de mogelijkheid verdere dienstverlening te weigeren. Zijn verlies blijft hoe dan ook beperkt want de gemaakte kosten zijn te verwaarlozen.

Dit is toepasbaar in gevallen dat er prestaties geleverd worden zonder dat er grote inspanningen tegenover staan. Met enige moeite is dus een resultaatovereenkomst te zien in de transactie.

Maar hoe nu als er geen resultaat te garanderen is maar dat er wel inspanningen verricht moeten worden? Bijvoorbeeld als er iets onderzocht of nog gecreëerd moet worden.
De leverancier is dan gedwongen het risico te nemen; de kans bestaat dus dat hij daar maar van af ziet.

Vanouds wordt zo'n leverancier met octrooiwetgeving en auteursrechten verleid toch maar dat risico te nemen met de belofte achteraf beschermd te worden. Dat systeem heeft nu zo ongeveer zijn grenzen bereikt. Wat nu, kan het niet anders?

Als we nu de leverancier, of liever ondernemer, eens dat risico zouden helpen dragen. Het risico spreiden. Dat kan ook binnen bestaande structuren: van aandelenuitgifte via microkredieten naar nieuwe oplossingen als SellaBand.

maandag 11 mei 2009

business-models

(Uit http://sethgodin.typepad.com/seths_blog/2009/05/thinking-about-business-models.html)
A business model is the architecture of a business or project. It has four elements:

1. [waarde propositie] What compelling reason exists for people to give you money? (or votes or donations)
2. [verdienmodel] How do you acquire what you're selling for less than it costs to sell it?
3. [entry barriers] What structural insulation do you have from relentless commoditization and a price war?
4. [marketing en communicatie] How will strangers find out about the business and decide to become customers?

vrijdag 24 oktober 2008

kennismanagement

Een gangbaar standpunt: «Bij kennismanagement moeten verschillende
kennisprocessen opgezet worden die
samen de productie en het gebruik van
kennis [..] faciliteren:
- Kennis verzamelen
- Kennis ordenen/structureren
- Kennis distribueren
- Kennis gebruiken
- Kennis beheren/onderhouden
- Kennis ontwikkelen/vernieuwen
Deze processen zijn cyclisch en vormen
samen de kenniswaardecyclus. Als men van
het toepassen van kennis leert en nieuwe
kennis ontwikkelt, ontstaat een lerende
organisatie.»(http://www.hetoverleg.org/files/2004_Stand_KM_Advocatuur_Rapportage_final.pdf)

Maar hier kunnen kanttekeningen bij gezet worden.
Allereerst is alleen 'geëxpliciteerde' kennis een vorm van informatie (of zelfs data); anders is kennis 'tacit' (=zwijgend) of 'persoonsgebonden' en niet grijpbaar of verzamelbaar. Waarmee de eerste stap al niet genomen kan worden.

Beschouwen we kennis wel als informatie (of zelfs als data) kan inmiddels 'kennis structureren/ordenen' breder opgevat worden of hergeformuleerd worden als 'kennis associeren'.

woensdag 9 januari 2008

creativiteit

Creativiteit komt goed van pas als je iets nieuws wilt.

Zo kun je het gebruiken als je een probleem hebt maar geen idee hoe je dat moet oplossen.
Dit is de toestand waarvoor men vaak (uit wanhoop!) zijn toevlucht tot creativiteitstechnieken zoekt. Daar zijn er erg veel van.
De meeste werken ook nog. Dat is wel logisch want het kan eigenlijk niet fout gaan. Want als je geen enkel idee hebt kun je alleen maar winnen.
Dan geldt ook nog als adagium dat kwantiteit voor kwaliteit gaat. Liever slechte ideeen dan helemaal geen.

Creativiteit werkt ook spontaan. Dan krijg je een idee voor een oplossing zonder dat er een probleem is. Of zonder dat zo'n probleem geformuleerd is. Dit soort ideeen zoekt dus een vruchtbare bodem om te groeien. Koester ze tot de tijd rijp is.

Ook komt het voor dat we iets nieuws willen maar we kennen nog geen probleem om een oplossing voor te verzinnen. Functievervuller zoekt functie. Het lijkt absurd maar is eigenlijk heel gewoon: 'werkloze zoekt werk' is er zo een. Of 'bedrijf zoekt business'.

vrijdag 9 november 2007

"Hoe doe je BD?"

...vroeg Meike mij gisteren.
Die vraag bleek snel te beantwoorden alsof het een kookboekrecept was:

Bepaal eerst wat je wilt bereiken: het doel.
Zoek dan uit wat je al hebt of weet, en zou kunnen gebruiken om dat doel te bereiken.
Dan kun je bepalen wat je nog niet hebt of weet, maar wel nodig hebt. Daar moet je dan een list voor verzinnen.
En dan kun je aan de slag om je doel te verwezenlijken.

Makkelijk gezegd...
Maar...
...wie weet echt wat hij wil? Het wordt nog problematischer als je niet alleen bent, maar bijvoorbeeld in een organisatie. Of wanneer je er naar moet raden wat iemand anders zou willen, bijvoorbeeld een klant. Of wanneer je naar je doel moet raden omdat er meer zijn die je doel bepalen: een groep klanten, oftewel een markt.

...en wie weet precies wat hij heeft en vooral wat hij weet? Wat je vergeten bent weet je niet meer. Maar wat je wel weet vergeet je ook erg snel.
En wat zou je daarvan wel niet kunnen gebruiken voor je doel? Want elk nadeel hep zijn voordeel. Maar dat moet je wel zien te vinden.

...om een nieuwe list te verzinnen hoef je alleen maar creatief te zijn. Maar waarom zouden daar zoveel cursussen voor gegeven worden? Of lopen er zoveel trainers of facilitators voor rond?

...en als je daar overal mee klaar bent kun je aan de slag. Maar wanneer ben je er overal mee klaar?